‘Ondernemen gaat niet alleen om winst maken’

(foto: Michelle Schulte)

Bob en Jorinde begonnen met twee vrienden het restaurant Sababa in de Kinkerstraat. Hun keuken is geïnspireerd door het Midden-Oosten, maar ze geven daar met Hollandse producten wel hun eigen ‘Sababa-touch’ aan. Ze organiseerden een diner voor vluchtelingen, en dat soort initiatieven willen ze vaker gaan nemen. “Ondernemen zou niet moeten gaan om winst maken, maar vooral om wat je met die winst kan doen,’’ aldus Bob.

Bob: “Sababa hebben we vorig jaar april opgericht omdat we merkten dat de behoefte aan groentes steeds groter wordt. Onze keuken is daarom ook heel erg op groentes gericht. Voordat we Sababa oprichten, hadden we alle vier geen ondernemingservaring. Een van ons, Karlijn, besloot om haar passie achterna te gaan. Ze volgde de koksopleiding en werkte daarna bij verschillende keukens. We dachten met zijn vieren: ‘Laten we eens gek doen, laten we een horecaconcept beginnen.’ Vervolgens zijn we naar Tel Aviv geweest om inspiratie op te doen. Daar kwamen we ook op de naam voor het restaurant. We waren maanden met de naam bezig geweest, maar we kwamen er maar niet uit. Ik had ‘The Good Food Queen’ voorgesteld, wat ik echt geweldig vond, maar de rest vond het echt afschuwelijk. Tot op de dag van vandaag word ik belachelijk gemaakt dat ik ooit met ‘The Good Food Queen’ durfde te komen. In Tel Aviv volgden we een kookcursus, waar een andere cursist tegen ons zei: ‘Als ik een restaurant zou beginnen, zou ik het Sababa noemen.’ We wisten het alle vier meteen: dat moet de naam zijn. Op dat moment wisten we nog niet eens de betekenis: in het Hebreeuws wordt het woord veel gebruikt als ‘hakuna matata’, dus maak je geen zorgen. Dat is ook typerend voor ons verhaal. We zijn alle vier best wel ontspannen lui, die het leuk vinden om een uitdaging aan te gaan, maar het moet wel onbezorgd zijn. Dat geldt ook voor onze werksfeer en de producten die we gebruiken bij Sababa. Zo hebben we alleen biologische kip, omdat we het belangrijk vinden dat niet alleen onze gasten lekker onbezorgd aan het eten zijn, maar dat die kip ook een onbezorgd leven heeft gehad.”

“Vijf maanden nadat we in Tel Aviv waren geweest was Sababa er. Net voordat we opengingen vroeg ik aan Jorinde wat ze verwachtte. Ze dacht dat er bij het opengaan van de deuren meteen twintig man zou staan, maar er kwam helemaal niemand. Niet eens familie of vrienden. Dus wij waren hartstikke zenuwachtig, maar toen kwam uiteindelijk toch de eerste gast. We hadden wel heel lang getheoretiseerd over hoe het dan zou gaan, maar we hadden eigenlijk nooit de frituurpan aangezet. Het was zo onwerkelijk toen die gast zei dat hij een broodje wilde bestellen. We dachten: nu moeten we écht een broodje gaan maken. Ik kon niets uitbrengen tegen die man. Het was zo onwerkelijk; ik moest gewoon hard lachen. Dus ik vroeg aan Jorinde of ze me kon overnemen en liep naar de keuken. Ik lag helemaal in een scheur. Twintig seconden later kwam Jorinde naast me staan, en die moest ook heel erg lachen. Het was zo gek. Je gaat gewoon een broodje maken, wat we nog nooit hadden gedaan, en iemand gaat jou daarvoor betalen. Inmiddels zijn we daar wel een beetje aan gewend geraakt, maar het voelde heel raar.”

Jorinde: “Ja, het was heel gek. We zeiden in het begin ook dat het voelt alsof er mensen in onze eigen huiskamer kwamen binnenlopen.”

Bob: “Voor ons gaat ondernemen niet alleen maar over je business draaien. Een van onze doelstellingen is dat we ook iets belangeloos willen organiseren voor organisaties die iets goeds doen voor de maatschappij. Het kost ze niks en we regelen ook lekker eten en een drankje. Dat idee ontstond tijdens de Pride. Mijn zus doet voor ons de social media, en op Instagram had ze de achtergrond van ons logo veranderd in de regenboogvlag. We kregen veel positieve reacties over dat we de LHBT-gemeenschap steunen, dus dachten we: ‘Waarom kunnen we niet veel meer zaken steunen waar wij voor staan, die eigenlijk niets te maken hebben met ons concept?’ Het diner voor de vluchtelingen kwam tot stand doordat we een goede vriendin hebben die een taalschool heeft opgericht voor vluchtelingen. Het is best lastig om een doelgroep te bereiken, je hebt eigenlijk een organisatie nodig die die doelgroep al heeft, dus benaderden we haar.”

Jorinde: “Ik geef zelf ook één keer in de week taalles aan vluchtelingen in de bibliotheek. Heel cliché, maar zo probeer ik iets bij te dragen aan de wereld. Ik heb pedagogische wetenschappen gestudeerd en ik ben altijd met onderwijs bezig geweest, dus ik dacht die kwaliteit kan ik ook nog inzetten. Het is vet leuk, want ik leer ook weer veel van de mensen aan wie ik lesgeef. Via het diner wilden we mensen met elkaar in contact brengen en als ontmoetingsplek dienen. Het viel heel goed in de smaak. Al met al een vrolijke, zeer gezellige avond, met veel gelach, goede gesprekken, alcoholische versnaperingen en lekker eten.”

Bob: “Ik zou het ook heel gaaf vinden als er hier bijvoorbeeld lezingen worden gehouden. Die kunnen over eten gaan, maar wat mij betreft hoeft dat niet. Ik zou zeggen: ieder niet-commercieel bedrijf mag zich aangesproken voelen om contact met ons op te nemen als ze iets willen organiseren, maar daar zelf niet het geld of de mogelijkheden voor hebben. Daar staan wij voor open.”

Jorinde: “Het hebben van dit pand biedt in één keer veel meer mogelijkheden dan alleen maar pita’s verkopen en mensen blij maken met ons eten. Het is bijna zonde om het niet te benutten.”