De Affaire

Taxi (foto: Martine de Vente)

Hij stopte gewoon voor mijn neus. Ik zag het al terwijl hij vaart minderde: daar zat iets leuks achter het stuur. ‘Kan ik je misschien ergens heen brengen?’ vroeg hij. Hij reed in een taxi. Maar dat was niet de reden dat hij mij een ritje aanbood. Dat wisten we allebei. Ik stond al twintig minuten tevergeefs op tram 7 te wachten. Als ik mijn afspraak nog wilde halen, kon ik maar beter instappen. Ik had het ook gedaan als ik nog zeeën van tijd had gehad.

Vlak bij mijn bestemming in Geuzenveld verdwaalde hij. Net nadat hij me had verteld dat hij daar in de buurt woonde. ‘Oh sorry, we moeten daar omheen geloof ik. Even een rondje maken’, schutterde hij. ‘Ik zet de meter wel af.’ ‘Aardig van je’, zei ik. ‘Sowieso fijn om als vrouw bij een beschaafde taxichauffeur in te stappen.’ De voorzet was gegeven. ‘Heb je misschien een kaartje?’ vroeg ik toen hij de auto parkeerde. Hij graaide in het dashboardkastje en klikte een balpen open. ‘Als ik ook jouw nummer mag.’

Zo begon mijn affaire met De Taxichauffeur. Hij belde me dezelfde avond. Of ik zin had om binnenkort nog eens een ritje te maken. Naar een mooi dorpje of zo. ‘Monnickendam, ken je dat?’ Twee dagen later pikte hij me thuis op. ‘Ga maar alvast zitten’, zei hij. ‘Even nog dit regelen.’ Tot mijn verbazing zag ik hoe hij met een paar grepen het lichtbord van het dak haalde en opborg in de kofferbak. ‘Zo, geen taxi meer’, grijnsde hij. ‘Op naar Waterland.’

Hij was leuk. Best hip ook. Jonger dan ik. En dat in het stadsdeel met het grootste vrouwenoverschot van Amsterdam. Uitgerekend voor mij, met mijn twee keer twintig-en-nog-wat, was hij op de rem getrapt. Daar had hij later een simpele verklaring voor: ‘Ik dacht: daar staat mijn type.’ Helaas voor ons beiden, bleek hij zich te hebben vergist. Toen hij na twee maanden toeren door het Noord-Hollandse landschap nog niet door had dat ik geen zin had om me tot de islam te bekeren, heb ik er een punt achter gezet. ‘Ach, is oké, volgende week toch Ramadan’, luidde zijn reactie. Ik heb hem nooit meer gespot op straat. Het waren leuke tochtjes, dat wel.