
Je hoort ze niet en ziet ze alleen ’s avonds als je goed oplet: vleermuizen. Veel mensen ontdekken pas dat ze hen als buren hebben op het moment dat ze willen isoleren. Dan gelden allerlei regels, want vleermuizen zijn beschermd. Ecologen brengen nu in kaart waar vleermuizen leven in de stad. Ook in West.
Tot op buurtniveau leggen ze vast vast welke soorten waar voorkomen, hoe groot populaties zijn en waar belangrijke verblijfplaatsen zijn. Op basis daarvan maakt de gemeente een ‘soortenmanagementplan’. Daarin komen ook de maatregelen die huiseigenaren eventueel moeten nemen als ze willen verbouwen. Zij hoeven dan niet zelf nog onderzoek te laten uitvoeren.
“De meeste mensen weten helemaal niet dat dat moet”, zegt stadsecoloog Marc Brugman. “Ze ontdekken het pas als ze een vergunning aanvragen.” Het soortenmanagementplan maakt het huiseigenaren gemakkelijker en tegelijkertijd beschermt het vleermuizen beter, legt Brugman uit.
Kraamverblijf
Hij heeft zich rond de schemering met zijn verrekijker geposteerd in de Gibraltarstraat in Bos en Lommer en bestudeert een daklijst. Gewone dwergvleermuizen hebben een kraamverblijf in het dak, een plek waar vrouwtjes zich met hun jongen verzamelen. “Maar we hebben nog niet ontdekt hoe ze naar binnengaan”, zegt Brugman.
De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende soort in Amsterdam. Maar het is ook een beestje dat – met opgevouwen vleugels – in een luciferdoosje past. “Ze hebben maar een heel klein kiertje nodig. Ze zijn heel opportunistisch.”
Misschien dat als de zon onder is, hij ziet hoe ze uitvliegen, al is hij niet heel hoopvol. “We weten niet zeker of ze binnen zijn.” Vleermuizen gebruiken namelijk meerdere kraamverblijven. Afhankelijk van het weer strijken ze aan het eind van de nacht ergens neer. Bovendien waait het vanavond. “Daar houden ze niet van. Ze wegen maar 5 gram en waaien zo weg.’ Als ze de vorige avond goed gegeten hebben, blijven ze misschien binnen.
Mooie combinatie
Ook stadsdeelbestuurder Thomas Hermans (Bouwen en Wonen) komt kijken. “Ik las hierover in een memo en dacht: dat wil ik wel even zien!” zegt hij, terwijl hij door verrekijker tuurt. “Het soortenmanagementplan is ook een mooie combinatie van het eenvoudiger maken om te isoleren en natuurbehoud.”
Brugman heeft daarop iets aan te merken. “Het gaat vaak over groen in de stad, maar die gevels horen er ook bij”, zegt hij. Voor ‘gebouwbewonende beschermde soorten’ – zoals vleermuizen, maar ook gierzwaluwen en huismussen, in het jargon van het stadhuis heten – zijn gevels vreselijk belangrijk.
“Daar moeten we zuinig op zijn. We moeten het zoveel mogelijk laten als het is en niet alles potdicht maken.” Het liefst ziet hij dat in elk blok ruimte blijft voor vleermuizen. Hermans luistert aandachtig.
Bondgenoot
Maar wat is het nut dan van zo’n beestje? “Eén vleermuis eet in één nacht nacht ongeveer duizend insecten. En zijn voorkeur gaat uit naar muggen”, legt Brugman uit. “Hij is onze bondgenoot. En het is gewoon een heel mooi beestje.”
Als om zijn woorden kracht bij te zetten begint zijn vleermuisdetector te tikken en klikken. Om hun omgeving in kaart te brengen maken vleermuizen ultrasoon geluid dat mensen niet kunnen horen. De detector, een soort radiootje, zet het om in hoorbaar geluid. Een donker beestje vliegt met hoge snelheid zigzaggend tussen de bomen van de Gibraltarstraat door. Al snel volgen andere.
Waar ze vandaan komen of naartoe gaan, blijft vanavond onduidelijk. “Vleermuisspotten is een geduldzaak”, zegt Brugman. Tot eind november kun je hem en zijn collega’s daarom nog geregeld tegenkomen in West.
VLEERMUIZEN IN DE STAD
In Amsterdam zijn de afgelopen jaren elf soorten vleermuizen waargenomen. De gewone dwergvleermuis komt het meest voor. Er zijn ook migrerende soorten, zoals de tweekleurige vleermuis. Die komt in oktober de stad in en komt waarschijnlijk uit Duitsland of nog verder uit Oost-Europa. Ook hele zeldzame soorten wonen in de stad, zoals de meervleermuis. Marc Brugman: “Er zijn meer olifanten op de wereld, dan meervleermuizen.”
In Amsterdam-Noord huist een grote populatie. De hoge flats met veel spouwmuren bieden een ideale omgeving. In West zijn meervleermuizen gezien in Landlust en bij het Westerpark. “De stad is een refugium voor heel veel soorten”, zegt Brugman. “De biodiversiteit in de stad is tegenwoordig groter dan op het platteland.”

















