Op bomensafari met Hans Kaljee: ‘Amsterdam is de mooiste bomenstad ter wereld’

(foto: Arjan van Oorsouw)
Hoogstins

Bomenspecialist Hans Kaljee leidde afgelopen zaterdag een bomensafari langs de Sloterplas. De bomensafari vond plaats tegen de achtergrond van de tentoonstelling Honderdduizend bomen en een bos van draad die tot en met 17 april te zien was in het Van Eesteren Museum. Verslaggever Arjan liep mee. Een verhaal over luizen, lekkere bomen, de Ulmus Bea Schwarz, uitgestelde onverenigbaarheid en de iepenkathedraal.

“Voor een rondje Sloterplas heb ik wel een week nodig”, grapt Hans voorafgaand aan de uitverkochte rondleiding wanneer alle deelnemers zich verzamelen in het Van Eesteren Museum. De rondleiding zal dik anderhalf uur duren. Niet dat we heel ver komen. We blijven binnen een straal van 250 meter van het museum. Het weer laat zich vandaag van zijn beste kant zien.

Koningslinde

Het doel van vanmiddag is dat we anders gaan kijken naar de bomen in de stad. Wat is er aan te zien en te beleven? We beginnen bij de Koningslinde vlak voor het museum, die op 7 april 2004 geplant werd als blijvende herinnering aan prinses Juliana die op 20 maart 2004 overleed. Toen de linde geplant werd, was hij 8 jaar oud. Hij kan met gemak 1000 jaar oud worden. Maar dat is een schatting. Alleen de buitenste 30, 40 jaar is levend. Alles wat daarbinnen zit is dood. “Dat noemen we kernhout”, legt Kaljee uit. “Oudere bomen worden hol op den duur. Schimmels eten die boom van binnenuit op. In bomen van 1000 jaar oud kun je met een paar mensen staan.”

Korstmossen
“Zo’n boom ontleent zijn stevigheid aan de buitenkant, vergelijk het met een regenpijp”, zegt Kaljee. “Een boom is een organisme dat zichzelf elk jaar vervangt. Elk jaar komt er een nieuwe jaarring bij. Op de bast zitten vaak korstmossen. Korstmossenexperts gaan er van kwijlen, zoveel zijn het er. Ze zijn helemaal niet nadelig voor de boom. Vaak zeggen ze iets over de luchtkwaliteit. Het is een ecosysteem op zichzelf, een tropisch oerwoud op een stam.”

Luizen
De bladeren van de Koningslinde zitten vol met dopluizen die aan de jonge takken zuigen. “Ik voelde het al plakken, dat is de luizenpoep. Het smaakt een beetje zoetig. Je kunt de deze blaadjes prima in de sla doen. Als er erg veel luis in een boom zit, kunnen de blaadjes verschrompelen maar lindes hebben een groot herstellend vermogen”, vertelt Kaljee.

Populier
We lopen naar een populier die bij de waterkant staat. “Populieren worden maar zo’n 250 jaar oud”, aldus Kaljee. “Het hout is heel zacht, heel veel houtborende insecten zijn daar dol op. Populieren werden massaal gekweekt in Nederland, vooral voor de bosbouw. Sommige populieren lopen bruin uit in het voorjaar en in de zomer zijn ze groen. Anderen lopen groen uit en zijn in de zomer bruin. Ik kan niet uitleggen hoe dat komt.”

Beendikke takken
“Achteraf zijn wij helemaal niet zo enthousiast over populieren. Waarom niet? In de jaren vijftig zijn deze ontzettend veel geplant omdat ze zo hard groeien. We konden er klompen van maken. Binnen 10, 20 jaar staat er een volwaardige boom. Wat bleek? Als deze bomen een jaar of 40 oud zijn, kunnen er beendikke takken naar beneden komen. In de zomer staat deze soort te verdampen. Hij trekt heel veel vocht uit de grond en uit zijn takken vandaan. Je krijgt een andere spanning in het hout en midden in een droge zomer breken er takken uit. Het is een eigenschap van één soort populier, een defect zou je kunnen zeggen.”

Goed tot hun recht

“In Nieuw-West hebben de ontwerpers van de wijk heel goed nagedacht welke bomen ze in de zestiger jaren plantten. Er staan grote stoere bomen op plekken waar ze heel goed tot hun recht komen. Hier is de wijk echt mee gediend.”

Iep
We lopen verder naar een iep van een jaar of vijftien oud. Even verderop staat een grotere versie. “Je ziet hier goed hoe bomen verschillen in uiterlijk naarmate ze ouder worden. Op de kwekerij worden de onderste takken eraf gehaald. Mensen denken dat die takken mee omhoog groeien maar dat is niet zo. In sommige Amsterdamse straten zitten de eerste takken vaak pas op tien of elf meter. Dat heeft er mee te maken dat tram erdoorheen moet. Alleen de takken die richting het water groeien, laten we zitten.”

Evenwicht
“Soms kun je denken dat een boom een gek model heeft, als er op een plek hele dikke takken zitten en op een andere plek niets. Is zo’n boom niet onveilig? Het antwoord is dat een boom altijd in evenwicht.is. Ook als hij scheef staat of een eenzijdige kroon heeft. En ook als je takken weghaalt. Als de wind een boom scheef duwt, maakt hij extra wortels.”

New York
Onderhoud aan bomen bestaat in andere landen niet of nauwelijks. “In Amerika planten ze bomen en zeggen ze ‘u heeft een boom voor de deur, veel succes ermee’. Ze doen daar verder niets dan alleen planten. Ik las ooit ‘New York plant 1 miljoen bomen’ en dan kom je daar twee jaar later en zie je vingerdikke bomen. En honderden dode bomen. Nooit gaf iemand ze water. Kennelijk komen daar niet zo veel klachten als hier”, lacht Kaljee. “Die bomen daar worden door auto’s aangereden, ze staan schots en scheef.”

Typisch Hollands

Onderhoud aan bomen is een typisch Hollands fenomeen. “Ook het snoeien. Vierhonderd jaar geleden zijn wij begonnen met bomen planten in de openbare ruimte. Toen was dat uniek in de wereld. Langs de grachten op precies 7 meter 36. Twee roedes lang, een oude lengtemaat. Dat had niet alleen een esthetisch doel maar ook om de kademuur te verstevigen met een wortelgestel.”

Lekkere boom
“De iep is de lekkerste boom van alle bomen die ik ken. Je kunt de vruchtjes en de bladeren eten. Maar de stam is ook verrukkelijk. Niet dat ik er mijn tanden in zet maar geiten, schapen en ook honden willen vaak nog wel eens aan die bast zitten. Als er hier spechten zouden zijn, vind je hier allemaal puntjes in. Een soort T-kruisjes, alsof iemand hier heel zorgvuldig met een mes een kruisje in heeft gezet. Die spechten zuigen de sappen eruit. De bast en de sappen zijn zo aantrekkelijk voor vee en voor andere dieren dat die stam vaak kaal is. Gelukkig kunnen iepen veel verdragen.”

Bijzonder laantje
Aan de Noordzijde staat een rijtje iepen met de naam Ulmus Bea Schwarz, vernoemd naar de hoogleraar die onderzoek deed naar resistentie bij iepen tegen de iepenziekte. Specifiek deze iepensoort bleek resistent te zijn. Ze worden niet zo groot en hebben een kronkelige structuur. Heel veel iepen werden in de jaren veertig opgekweekt op een ander wortelgestel. Je ziet bij deze iepen een verdikte stam.”

Uitgestelde onverenigbaarheid

Lang niet alle bomen maken zelf een wortelgestel, aldus Hans. “Als ik 1000 iepenzaadjes neem, komen er misschien maar vijf van op. Iepen zijn niet erg vruchtbaar en uit al die zaden komen verschillende iepen waarvan er misschien maar eentje resistent is. Hoe kun je nou zo’n resistente iep vermeerderen? Wat je doet, is stekken nemen die je vervolgens op een iets dikkere stam plaatst tussen de bast en de sapstroom. Dat heet enten. De plaats waar ze geënt zijn, blijft hun hele leven zichtbaar. Helaas gaat dat ‘plakken’ maar een jaar of vijftig, zestig goed, weten we nu. Daarna krijgen ze afstotingsverschijnselen. Uitgestelde onverenigbaarheid heet dat.”

Iepenkathedraal
We lopen een stukje verder naar het jachthaventje aan de Sloterplas. Daar staan ook weer iepen, grotere ditmaal. “We staan hier bij een monumentale laan. Qua karakter zijn deze Huntingdon-iepen wonderschone bomen. Als ze straks weer helemaal in blad staan, loop je echt door een kathedraal. Hier kun je mooi zien wat er gebeurt als bomen gesnoeid worden en de dode takken eruit gehaald worden. Aan die kant zijn takken weggehaald om de bewoners aan de overkant wat licht te geven. Daardoor is het tunneleffect iets verdwenen. Dit is echt uniek voor de stad. De bomen aan waterkant staan nogal scheef door de wind, toen hier nog geen huizen stonden. Je ziet dan dat er aan de kant waar de wind staat, een verdikking ontstaat. Daar groeien extra zware wortels om zich beter te verankeren. Bomen zijn zeer efficiënt en kunnen goed nadenken,” besluit Kaljee de bomensafari. Het gezelschap kan tevreden terugkijken op een geslaagde rondleiding.

Doneer