Ode aan de buurvrouw

Hoogstins

Een Valentijn? Doe mij maar een buuf. Buuf’en zijn goud. De top van de intermenselijke hiërarchie in de buurt. Stel je een soort piramide van Maslov voor, maar dan van burenliefde. De brede onderlaag, dat zijn de buurtgenoten die altijd onbekenden zullen blijven. Een trapje hoger – al minder in getal – staan de gedagzeggers. Met direct daarboven de handvol mensen die je met twee woorden groet. Hoi. En dan je voornaam.

Je hebt ze allemaal nodig voor het buurtgevoel. Maar ze maken je nog niet gelukkig. Dat begint pas te komen bij de buurvrouw, de runner-up achter buuf. Vooral als buurvrouwzeggers niet letterlijk boven, onder of naast elkaar wonen, zie je ze stralen als ze elkaar tegenkomen. Buurvrouw is knus en huiselijk. En je voornaam, ach, die gebruikt je baas ook.

Maar met stip bovenaan staat buuf. Buuf’en zijn speciaal. Daar heb je er maar een paar van. Zo werkt dat nu eenmaal aan de top van piramides. En wat zo mooi is: ken je er één, dan ben je er waarschijnlijk ook één.

Ik ben buuf voor Ali van cafetaria Roza. Hij is vaak de eerste die ik ’s ochtends groet. En, belangrijker nog, de laatste naar wie ik zwaai als ik aan het eind van de dag uit tram 13 stap. Ali is thuiskomen.

Ik ben buuf van Martine, drie straten verderop, die ook collega is. We zien elkaar maar af en toe, en dan nog meestal bij de Albert Heijn. Wij doen aan de zoete inval in cyberspace. Lekker zonder verplichte riedels als alles-goed en we-moeten-snel-weer-eens. Martine is 24/7 zonder opsmuk.

Buuf’en zijn de mensen voor wie je onaangekleed de deur opendoet, ook als ze nooit aanbellen. Tegen wie je buiten voluit durft te lachen als je je tanden niet hebt gepoetst. Die je zien als je je public face nog niet hebt opgezet – en als je het alvast hebt opgeborgen. Net als de badkamerspiegel als je midden in de nacht gaat plassen.

Buuf’en zijn je familie. Maar dan zelfgekozen en toch onder één dak: dat van de buurt. Koester ze, want ze gaan langer mee dan de gemiddelde Valentijn.

Doneer