De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied wil kunstmestfabriek ICL in het Westelijk Havengebied bij overtredingen veel hogere dwangsommen gaan opleggen. De toezichthouder wil het bedrag per overtreding vertienvoudigen tot 1,25 miljoen euro.
Op 20 februari is een nieuwe vergunning voor ICL ingegaan. Daarmee is de bestaande last onder dwangsom komen te vervallen, stelt de Omgevingsdienst op zijn website. In de nieuwe vergunning is de emissienorm voor zoutzuur aangescherpt. Een hogere boete past daarbij. De nieuwe dwangsom kan twee keer worden opgelegd. “Dat wil zeggen dat we daarna weer nieuwe maatregelen nemen”, aldus de Omgevingsdienst.
Inwoners van Amsterdam-Noord en milieuorganisaties protesteren al jaren tegen ICL. De kunstmestfabriek in de Coenhaven zorgt geregeld voor stank en luchtvervuiling in Noord en delen van West, stellen ze. Ze vinden dat de nieuwe vergunning te weinig rekening houdt met de gezondheid en het welbevinden van omwonenden.
In de nieuw vergunning staat dat ICL moet onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om de emissies verder terug te dringen. Hoe het dit vervolgens doet, mag het bedrijf echter zelf bepalen. Dat gaat de organisaties niet ver genoeg.
De Omgevingsdienst meldt dat uit metingen is gebleken dat ICL in september vorig jaar meer zoutzuur heeft uitgestoten dan toegestaan. De toezichthouder is daarom van plan de dwangsom op te eisen. Op 18 februari zijn nieuwe metingen verricht. De uitkomsten daarvan zijn nog niet bekend.
ICL heeft laten weten het niet eens te zijn met het voornemen de dwangsom te verhogen. De Omgevingsdienst beoordeelt de zienswijze van het bedrijf en neemt daarna een besluit.


















