Met recepten van haar oma gaat ‘Nessie’ terug naar haar Molukse roots

Vanessa Otten Wattimena
Hoogstins

Op 26 april organiseert Paradiso het online-event ‘70 jaar Molukkers, een Amsterdams verhaal’. De jongere generatie Molukkers spant zich op diverse manieren in om de eerste generatie te eren en de cultuur te laten voortleven. Vanessa Otten Wattimena uit De Baarsjes draagt haar steentje bij met NESSIE’S, haar bedrijf dat draait om de recepten van haar oma. “Ik wil graag als een soort ijscoman met mijn eten door De Baarsjes trekken.”

Als kind woonde ik in Alphen aan den Rijn. Onze flat stond naast de Molukse wijk van deze non-descripte stad. Twee keer per jaar ging mijn Indische vader naar ‘de wijk’ om er kue cucur in te slaan, gefrituurde koeken in de vorm van ufo’s, die op bestelling werden gemaakt door een Molukse oma. De rest van het jaar was hij er ook vaak te vinden. Maar dan om bij te praten met mannen die hij nog kende van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger. Zijn tijd bij de KNIL heeft zijn leven voor een groot deel bepaald; hij ging er al op zijn zestiende bij. Tijdens de Japanse bezetting van Indië werd hij als KNIL-soldaat gevangengenomen en te werk gesteld aan de Birma-spoorlijn, ook bekend als de Dodenspoorlijn. Hij overleefde het wonderwel, maar ’s nachts leefden de verschrikkingen voort in zijn nachtmerries.

Dienstbevel
Ook bij zijn Molukse strijdmakkers had de KNIL-periode een grote impact op hun levens én die van de generaties na hen. Veel te weinig Nederlanders weten dat hun werk voor de KNIL dé reden is dat zij – en andere Molukse KNIL’ers – in Nederland zijn beland. Tijdens de dekolonisatieoorlog hadden deze militairen aan de kant van Nederland gevochten. Na de onafhankelijkheid van Indonesië brak een chaotische periode aan. De Molukse militairen kregen van de KNIL het dienstbevel om hun vaderland te verlaten. De afspraak was dat zij tijdelijk in Nederland zouden blijven, maar op de boot naar Nederland werden zij plotsklaps ontslagen. Later bleek ook dat ‘tijdelijke’ niet te kloppen: ze zouden hier voorgoed blijven – tot hun grote verdriet; de heimwee naar de Molukken bleef.

Paradiso
Dit jaar is het precies zeventig jaar geleden dat de eerste groep Molukse KNIL-militairen in Nederland aankwam. Op diverse manieren is er aandacht voor het Molukse verhaal. Zo zond de NOS op 21 maart een herdenkingsuitzending uit. Binnenkort, op 26 april, organiseert Paradiso het event ’70 jaar Molukkers, een Amsterdams verhaal’. Onderzoekers, ervaringsdeskundigen en activisten blikken dan terug én kijken naar het nu; welke invloed heeft de Molukse geschiedenis op het heden? Je kunt dit event vanaf 20.00 uur via een gratis livestream volgen.

Lagu-lagu
Natuurlijk is er die avond ook muziek, dát zit namelijk in het DNA van de Molukkers. Zo treedt Jessica Manuputty op, een zangeres met een loepzuivere stem die ik eerder omschreef als een ‘Molukse engel’. Eind deze zomer brengt ze weer een album uit met traditionele Molukse liedjes, lagu-lagu. Ze is trots op haar Molukse roots en cultuur en hoopt dat heel Nederland valt voor de muziek die ze van huis uit heeft meegekregen. Ze vertelde me hoe belangrijk haar grootouders voor haar zijn: “Hun veerkracht vind ik inspirerend. Ze hebben me geleerd om niet te lang stil te staan bij dingen die je niet kunt veranderen.”

Kracht
Ook Vanessa Otten Wattimena (‘Nessie’) spreekt vol respect over haar grootouders. “Ze zijn mijn allergrootste helden. Zij kwamen in zomerkleren aan in Nederland. Ze spraken de taal niet. Ze hadden niets. Bij aankomst werden ze in verschrikkelijke kampen geplaatst. Vanuit het niets hebben ze een bestaan weten op te bouwen. Als ik denk aan wat zij hebben meegemaakt, voel ik veel liefde. Ik bewonder hun kracht. Ik wil hun cultuur in ere te houden.” Ze doet dat op een smakelijke manier.

NESSIE’S
Omdat haar ouders fulltime werkten, werd Nessie opgevoed door de ouders van haar moeder. Ze at daar elke dag ‘bizar lekker’. Dat overheerlijke eten werd gedeeld met de rest van de Molukse wijk in Vaassen. “Iedereen kon aanschuiven. Was de ene groep mensen klaar met eten, dat maakten ze plaats voor de volgende groep. Mijn oma, Marie Suripatty-Pattalala oftewel oma Rie, heeft mij geleerd dat je eten altijd moet delen. De manier waarop ik nu in Amsterdam leef, is gebaseerd op mijn leven in de wijk. Nu zitten we natuurlijk met de pandemie, maar vóór die tijd maakte ik altijd te veel eten en kon iedereen mee-eten.” Twee jaar geleden besloot ze om professioneel te gaan koken en begon ze haar eigen bedrijf: NESSIE’S. Dit werk combineert ze met haar werk voor Ballroom Radio Records, haar platenlabel dat ‘zwarte’ muziek uitbrengt voor de dansvloer. “Naast muziek is food een grote passie van mij. Koken zit in mijn DNA.”

Sambal met trassi
Als kind was ze al niet weg te slaan uit de keuken. “Op mijn vierde zag ik dat mijn oma met de vijzel bezig was. Ik vroeg wat ze aan het maken was. Ze vroeg of ik het wilde proeven. Ik knikte en kreeg een likje. Ik vloog zowat tegen het plafond. Het bleek sambal met trassi, garnalenpasta, te zijn.” Met veel melk wist haar oma ‘de brand’ te blussen. “Pas daarna kon ik van de smaak genieten. Wat een smaakexplosie! Later die dag zag ik hoe mijn oma genoot van haar eenvoudige maaltijd: vis, rijst, groente, sambal. Ze zat zo heerlijk te peuzelen. Ik wist: goed eten is een belevenis, een ervaring. Ik wilde leren om net zo te koken als zij.”

Eten met liefde
Stap voor stap leerde haar oma haar om Javaans en Moluks te koken. Bij haar bedrijf NESSIE’S kun je elke vrijdag iets lekkers uit deze keukens afhalen. “Dinsdag en woensdag fiets ik langs mijn leveranciers in West. Aan de hand van het aanbod bepaal ik het menu (12,50 tot 14,50 euro per persoon, afhankelijk van de dagprijs). Woensdag zet ik het menu van die week op Facebook en Instagram. Mijn oma is nu 90. Ik laat deze foto’s ook altijd aan haar zien. Tot nu toe heeft ze alle foto’s goedgekeurd.” Volgens Nessie zeggen veel klanten dat ze proeven dat het eten met veel liefde en passie is gemaakt. “Een groot compliment! Ik merk ook dat veel mensen nieuwsgierig zijn naar de Molukse keuken. Ons eten is relatief onbekend. De Molukse keuken verdient meer aandacht.”

Koho koho
De Molukse keuken draait om verse kruiden en specerijen. Vis speelt er een grote rol. Typisch Moluks zijn koho koho (een salade van makreel, limoen en kokos), tjolo tjolo (vis in pittige ketjapsaus) en kua pindang kuning (een vissoep/-bouillon). Haar visgerechten zijn erg populair bij haar klanten, zegt Nessie. Papeda, een bijgerecht van sago-zetmeel, is een hit onder haar Molukse klanten. “Papeda eet je nooit alleen, maar altijd samen. Het eten roept herinneringen op aan bijeenkomsten met familie en vrienden. Saamhorigheid, gezelligheid, muziek op de achtergrond.”

Te gekke buurt
Haar klantenbestand is divers; jong en oud, verschillende nationaliteiten. “Sommigen komen hier al wat langer. Ik heb een band met hen opgebouwd en ze al veel verteld over de geschiedenis van de Molukkers. Ik vind het belangrijk dat meer mensen ons verhaal kennen; het is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis.” Ze is het koken nog lang niet beu. Al hoeft ze niet zo nodig een eigen restaurant. “De huren zijn me te heftig. Bovendien moet ik dan een deel van mijn vrijheid opgeven. Ik wil graag als een soort ijscoman met mijn eten door De Baarsjes trekken. Ik woon in een te gekke buurt. Ik wil dolgraag wat voor mijn buurt doen, óók voor ouderen en mensen die slecht ter been zijn. Iedereen heeft recht op lekker, vers eten.”

Doneer