Sjiek eten voor weinig

Aan tafel in Le DéBut (foto: Martine de Vente)

Of ze een blond biertje voor ons hebben. Onze gastvrouw verbleekt even. ‘Blond zei u?’, dat moet ik even vragen. Even later komt ze terug met een witbiertje, van Het IJ. Bijna goed.

We zijn in het restaurant Le Début van de Hotelschool The Hague. En dat betekent dat fouten maken mag, zoals een beetje wijn morsen op het smetteloos witte tafelkleed waar we net keurig zijn neergezet en aangeschoven, als waren we in een sterrentent.

Het is zo’n plek waar je altijd voorbijrijdt en denkt: ‘Hier moeten we altijd nog een keertje gaan eten’. Maar de locatie is onooglijk (een voormalig kantoor aan de Jan Evertsenstraat vóórbij het Mercatorplein) en ziet er daardoor niet echt uitnodigend uit.

Binnen echter waan je je in een internationaal hotel, maar dan met publiek dat je ook zou kunnen aantreffen op een willekeurige Uva-faculteit. Maar je wordt met veel égards ontvangen, door zo’n zelfde student. In de hotelschool zit namelijk ook een hotel en er zijn verschillende restaurants: een brasserie, een La Place-achtige kantine en dus Le Début; zo’n restaurant waar je ouders gaan eten als ze echt iets te vieren hebben.

Op dat soort publiek heeft het restaurant ook een zeer grote aantrekkingskracht, zo blijkt. Een hele familie -inclusief oma- schuift aan, en de rest van het publiek is ook 45-plus.

Niks hippigs dus, maar waarom zou dat moeten? Zeker als je de prijzen op de menukaart bestudeert, weet je dat het een prima avond gaat worden. Voor 25 euro eet je drie gangen, terwijl de kaart eruit ziet of je in een topklasserestaurant zit. De gerechten hebben ingewikkelde namen, waarbij vooral de ballotine van parelhoen tot de verbeelding spreekt. “Ach, dat is platgeslagen parelhoen”, zegt de bediening als we navraag doen.

Dat het niet perfect is, maakt het ook juist weer aangenaam. Bovendien wordt alles in een fijn tempo doorgeserveerd, met genoeg tijd tussen de gangen. Daar kunnen sommige reguliere horecagelegenheden in Amsterdam nog een voorbeeld aan nemen.

Aan het einde komt de docent nog vragen of ‘alles naar wens’ was. Hij legt even uit wie wat doet in het restaurant. De studenten met de rode sjaaltjes en dassen zijn de beginnelingen. Ze gaan iedere week weer naar een andere plek, van de keuken tot de housekeeping aan toe. “En na de stage krijgen ze een blauwe sjaal en mogen ze alles aansturen.” Wat ons betreft kunnen ze gewoon door.