Bomen – Column Carolien de Heer, dagelijks bestuurder stadsdeel West

Foto stadsdeel West
Hoogstins
Geen onderwerp zo gevoelig als het kappen van een boom. De emoties lopen niet zelden hoog op en dat is begrijpelijk. Een boom staat voor zuurstof, leven, vruchtbaarheid en spiritualiteit. En in een stad kun je er niet genoeg van hebben. Toch blijft het soms ingewikkeld om uit te leggen dat de gemeente de plicht heeft om de bomen in de stad te onderhouden en inspecteren. Bij de jaarlijkse inspectie wordt gekeken of ze nog leven, of ze ziektes hebben, of er risico is op omvallen of takbreuk en of ze voldoende groeien. Van het stedelijke Programma Bomen kregen we onlangs te horen dat tussen oktober van dit jaar en maart volgend jaar 171 bomen in stadsdeel West moeten worden gekapt of rigoureus worden gesnoeid, omdat ze onveilig, ziek of dood zijn. Dat is even slikken, een fors aantal. Maar over de hele stad bezien gaat het zelfs om 2500 bomen die dit seizoen op de kaplijst staan. Mijn eerste vraag was natuurlijk, wanneer komen er nieuwe bomen voor terug? Het goede nieuws is dat we er in West 180 voor terug krijgen. Iets minder goed nieuws is dat dat niet altijd onmiddellijk gebeurt. Daar kan nog wel een jaar overheen gaan, en als het tegenzit nog langer. Dat komt omdat er eerst bodemonderzoek wordt gedaan, en onderzoek naar kabels en leidingen, of soms nog ecologisch onderzoek. De nog altijd voortwoekerende Japanse Duizendknoop gooit ook vaak roet in het eten: die moet eerst worden verwijderd voordat er een nieuwe boom kan worden geplant. Vorig jaar werden er in West 88 bomen gekapt en 111 terug geplant. Om de zaken even goed in perspectief te krijgen: in Amsterdam staan 1 miljoen bomen, waarvan er 300.000 in het beheer zijn van de gemeente. Van dat aantal worden er tussen de 8000 en 10.000 vervangen. De gemiddelde levensduur van een boom in de stad is 43 jaar. Dat is iets meer dan de helft van onze gemiddelde levensduur, dus het is op zichzelf logisch dat we in ons leven soms een boom zien sneuvelen. Toch blijft dit een lastig gegeven. Bomen hebben net als wij niet het eeuwige leven en kunnen net als wij ziek worden of omvallen. Het zou fijn zijn als we ons daar met elkaar iets meer van bewust worden en ook van het feit dat sommige bomen een gevaar vormen voor de veiligheid in de openbare ruimte. Een heel ander verhaal betreffen de herinrichtingen van straten, waar de bomen vaak een onderwerp van discussie zijn. Vanzelfsprekend behouden we ook bij herinrichtingen het liefst alle bomen, maar soms is alles afwegende iets anders, bijvoorbeeld verkeersveiligheid, voor het bestuur belangrijker. Neem de Kinkerstraat, een straat waar het echt noodzakelijk is dat fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen. Dat is een bewuste keuze. Natuurlijk willen we de straat ook vergroenen, maar dat betekent niet automatisch dat de bestaande bomen behouden kunnen blijven. In die gevallen planten we voor iedere gekapte boom een boom terug. In de nieuwe Kinkerstraat komen er zelfs meer bomen terug dan er nu staan. Veel bomen die de afgelopen veertig jaar zijn geplant kregen te weinig grond. De wortels gingen daardoor op zoek naar meer voedsel en groeiden door tot onder het wegdek. Bij herinrichtingen leveren deze bomen gevaarlijke situaties op, omdat ze een deel van de wortels kwijtraken door de nieuwe bestrating (neem de Frederik Hendrikstraat) en dan instabiel worden. Sinds 2020 krijgt iedere boom standaard 25 m2 bomengrond mee, waardoor we dit soort situaties in de toekomst voorkomen. Er is dus gelukkig hoop voor de stadsboom om weer heel oud te kunnen worden!
Doneer