Gezocht: een plek voor verloren zielen

Hoogstins

Ik huil me het snot voor de ogen. Alleen ben ik, met m’n laptop aan de keukentafel. Zonder sigaretten, zonder port, zonder vrienden om te bellen – die slapen al. De enige die nog aanspreekbaar is zit in een andere tijdzone en verliest zojuist zijn internetverbinding. Liefdesverdriet kiest altijd de beroerdste momenten.

Het is woensdagavond en het loopt tegen twaalven. Bij sommige achterburen brandt nog licht. Die zitten met een wijntje naar het laatste kwartiertje Jinek te kijken, stel ik me zo voor. En moet je mij zien. Onder een kaal peertje, in mijn ouwe huisbroek. Ik voel van alles wat er een uur geleden nog niet was. Jeuk in m’n ogen, kramp in m’n schouders, te veel kilo’s aan m’n lijf. Ik snuit mijn neus in een theedoek.

Troost heb ik nodig. En wel nu.

Maar waar vind je troost in West? Op papier hebben we hier alles voor verloren zielen. Een massagehuis dat in de LINDA heeft gestaan. Buurtcafés waar ook in februari de terrasverwarming brandt. Friettenten waar je mag pinnen voor een frikandel speciaal. Een obscuur casino vol donkere mannen, die het altijd gezellig vinden als er een meisje in een leuke jurk langskomt. Er is tegenwoordig zelfs een knuffelpraktijk voor eenzame mensen.

Maar de massage- en de knuffeltent zijn op dit uur gesloten. Best trouwens, ik hoef geen vrouwen aan mijn lijf. In de friettent is het licht te fel, voor het casino ben ik niet levensmoe genoeg. En die cafés, daar staat het tot buiten vol met mooie mensen die het vooral druk hebben met elkaar. Ik heb er nog nooit iemand gezien die niet blij kijkt.

Ik voel de adrenaline weglekken, zo snel als ie gekomen is. De little black dress waar ik al met één arm in zit gooi weer uit. Een lelijke bruine kroeg met gratis pinda’s en een plakvoer die naar bier stinkt – die wil ik. Where everbody knows your name. Zoals op tv, waar niemand vroeg op moet voor het werk en iedereen een gebroken hart heeft.

Bestaan die niet meer? Of ben ik te oud om ze te vinden?

Ik kruip in bed met mijn kat. En wat ik wilde uitschreeuwen, fluister ik alleen tegen hem: ik hoopte dat ik voor dit soort tranen te oud was.

Doneer