Iedereen ‘op de tuin’

Doneer

Wat een genot, die hitte in de stad. En het mooie is: je hoeft de buurt niet uit. Goeie ijsjes, late terrasjes, nachtelijke balkons, overdag een duik in de Sloterplas. We have it all in West. Zelfs voor een boottochtje buitenland – naar de Westeinderplassen – kon ik om de hoek instappen. Nog zonder acrobatische toeren ook, dankzij die geweldige nieuwe vlonders aan de Admiralengracht.

Zomervermaak is natuurlijk alleen maar leuk als je vrienden hebt om het mee te delen. En dat is een behoorlijke onzekere factor voor Amsterdammers. Zeker als je sociale kring veel dertigers met kids bevat. Toen die van mij in de kleine kinderen zaten, gingen ze opeens allemaal aan een stacaravan in Bakkum. Bij de eerste de beste zonnestraal waren ze foetsie, want o, wat was het daar gezellug en wat ontmoetten ze veel ons soort mensen. Ik zat in mijn uppie in De Baarsjes. Niks gezelligs aan.

Inmiddels heb ik vrienden met pubers, die liever in de stad blijven spelen. En vrienden zonder kids, die ook nog eens in het voorseizoen op vakantie gaan. Ik zit dus gebakken. Althans, dat dacht ik. Gisteren vertelde een vriendin dat zij en haar vriend waren gaan kijken bij een ‘tuin’. Die twee zijn nogal van de vergeten groenten enzo, dus ik dacht dat ze een moestuin bedoelde. Niet dus. Ze had het over een plek op een heus volkstuinencomplex, compleet met huisje om in te overnachten.

Een zomerverblijf, sprak ze het gevreesde woord. Ook goed te doen na het werk. En dochter van zestien kan er leuk haar verjaardag vieren, met een barbecue ofzo. ‘Maarreh… is dat niet meer iets voor volkse types?’ probeerde ik beduusd. Welnee, bezwoer ze me. Het barst er van de hoogopgeleiden en zelfs van de hippe dertigers. Wist ik niet dat die-en-die er ook zat sinds vorig jaar?

Ik had geen idee. Ik ken die wereld niet en dat wil ik graag zo houden. Waarschijnlijk had ze me daarom ook nooit gezegd wat ze nu opbiechtte: dat ze al vijf jaar ingeschreven staan. ‘Zo populair is het’, zei ze. ‘De wachttijd is minstens acht jaar.’ Ik ben in deze steeds zonzekerder zomers in ieder geval nog drie jaar vriendzeker, dacht ik. Dat is dan weer een troost.

Vorig artikelVader tramjongetje: ‘Ik kon hem niet meer stoppen’
Volgend artikelWachterlied
Linda van Tilburg
Columnist De Westkrant