In natuurspeeltuin Het Woeste Westen kunnen kinderen nog écht vrij spelen

Martin Hup, directeur van natuurspeeltuin Het Woeste Westen. Foto: Tessa van der Meij.
BoLoSpringforKids

Het laatste kind op straat’ heet het symposium dat op donderdag 9 juni plaatsvindt in Theater de Krakeling. Dit event in het Westerpark is een noodkreet vanuit diverse sectoren om de aandacht te vestigen op het belang van buitenspelen; het aantal spelende kinderen lijkt de laatste jaren flink af te nemen. De drijvende kracht achter dit symposium is Martin Hup, directeur van natuurspeeltuin Het Woeste Westen. Hij zag in het 12-jarig bestaan van de speeltuin een mooie aanleiding om dit event te organiseren.

door Tessa van der Meij

Vijftien jaar geleden stuitte Martin Hup per toeval op het veldje in het Westerpark. “Toen was het al enigszins een natuurspeeltuin, ware het niet dat alles wat er stond kapot was. De bedoelingen waren echter goed en het had ook echt potentie.” Dat hij de potentie zag, kwam onder meer door zijn ervaring met natuur- en milieueducatie. Hij besloot in actie te komen en schreef aan de gemeente dat dit veldje een goede natuurspeeltuin zou zijn. De gemeente pikte zijn idee op, en drie jaar later stond hij als directeur bij de opening van het huidige Woeste Westen aan Overbrakerpad.

Lof
“Het ging daarna eigenlijk heel snel heel goed”, zegt Martin. “Van mond op mond werd er veel lof doorgegeven. Dan hoorde ik ouders hier bellen met: ‘Je moet nu hierheen komen, je weet niet wat je meemaakt!’ Kinderen gaan hier echt los en dat zien de ouders ook. Wanneer je als ouder met je kind speelt heb je al snel de neiging om, als het te lang duurt of er geen logica in zit, er je eigen lijn in te trekken. Maar als je kinderen laat spelen – kinderen onder elkaar zonder toeziend oog van volwassenen – dan is dat van een totaal andere orde.”

‘Risicovol spelen’
Volgens Martin zoeken kinderen automatisch uitdagingen op. “Tegenwoordig noem je dat ‘risicovol spelen’. Dat zit in kinderen. Uitdagingen aangaan, risico’s zoeken, ergens opklimmen dat daar niet voor bedoeld is, en er dan door ouders weer vanaf gestuurd worden. Ook hier hoor je nog heel veel: ‘Pas op, kijk uit, doe maar niet.’ Ik denk dat dit vroeger een stuk minder was. Ouders laten hun kinderen steeds minder los, behandelen ze steeds voorzichtiger en beschermen ze steeds meer.”

Dag van hun leven
Om zo veel mogelijk kinderen te laten spelen, is het terrein vrij toegankelijk. Geregeld vragen scholen Martin om een volledig uitgewerkt programma voor een schoolreis. Vaak komt hij dan met ‘een beter plan’. “Laat ze gewoon lekker spelen! En dan gaan we tussen de middag een half uurtje broodje bakken als enige activiteit. Ik beloof dan dat die kinderen de dag van hun leven hebben. Geloof me: dat is nog nooit misgegaan. Die kinderen zijn de hele dag bezig. Die ouders en docenten staan dan te kijken van ‘wat gebeurt hier nou? Wat is dít? Dat jongetje pest altijd iedereen en die staat nu iemand te helpen, en die ander durft nooit iets en die staat nu zomaar op een vlot in het water!’ ’’

De natuur in
Hij benadrukt nog maar eens dat ze bij het Woeste Westen ‘echt van het buitenspelen zijn’ en ‘van het spelen in de natuur’. “En dat geeft kinderen nog meer mogelijkheden en uitdagingen dan op straat of in een normale speeltuin. Speeltuinen zijn vaak saai voor ze, op straat vinden ouders het te gevaarlijk en is er ook niet zo veel meer te doen. Daarnaast verleiden de telefoon en computergames kinderen ook om binnen te blijven.”

Belangrijk voor ontwikkeling
Kinderen en spelen horen volgens hem bij elkaar. Bovendien is het vrij spelen ‘enorm belangrijk voor hun ontwikkeling’. Ook daardoor vindt hij het zo jammer steeds minder kinderen op straat lijken te spelen. Uit onderzoek van Jantje Beton blijkt dat 15% van de kinderen nooit meer buiten speelt. In grote steden is dat zelfs 30 procent. Uit een Belgisch onderzoek kwam naar voren dat tussen 1983 en 2008 in sommige wijken 50% minder kinderen op straat te vinden waren dan de jaren ervoor en de daaropvolgende elf jaar weer 37% minder kinderen. “Als deze trend doorzet hebben we over twintig jaar amper tot geen spelende kinderen meer op straat.”

Symposium
Toch blijven kinderen nog altijd graag naar Het Woeste Westen komen. “Ik noem het hier wel eens een speelreservaat voor de laatste vrij spelende kinderen. Ouders vinden het hier nog veilig genoeg en kinderen kunnen hier uit hun dak.” Met het symposium ‘Het laatste kind op straat’ hoopt Martin dan ook meer bewustzijn te creëren. “Sommigen vinden de naam wat dramatisch klinken, maar het is dan ook een noodkreet. Ik kan natuurlijk niet in mijn eentje de wereld veranderen maar ik wil er wel graag mijn steentje aan bijdragen.” Via deze site zijn nog enkele toegangskaarten beschikbaar.

Hoogstins