Wie komt met het echt goede idee voor het Bos en Lommerplein?

Treuriger kan niet: het Bos en Lommerplein in de regen. (foto: Martine de Vente)

Als ik tijdens een regenachtige dag rondloop op het Bos en Lommerplein, probeer ik me voor te stellen hoe het zou zijn als Blokker en Wibra weg zouden zijn. Zou ik ze missen? Ik denk het niet, want ik ging al nooit naar de Wibra en heel soms naar Blokker. En als ik straks iets van Blokker nodig heb, dan kan ik altijd nog naar een ander filiaal in de buurt.

Een paar jaar geleden kwam ik regelmatig op het plein. Het hielp dat mijn kantoor daar om de hoek zat. Op het plein waren de best hippe kledingwinkel Shoeby en de Aktiesport, waar ik regelmatig ging winkelen voor mijn kinderen. Zelfs ikzelf slaagde er nog wel eens. En als het vrijdag was, dan haalden mijn collega en ik er haring bij de visboer op de markt. Die werd voor je neus schoongemaakt, wat wij een goede reden vonden om er niet één maar twee te nemen.

Bij de visboer staan mensen te wachten, en ook in de Wibra is het druk, maar dat kan zijn omdat de winkel aan het leegverkopen is in aanloop naar het aanstaande vertrek. De rest van de winkels is leeg. Ik tref bij textielstunter Kik (de opvolger van Shoeby) een verveeld kassameisje dat zegt dat zíj voorlopig niet vertrekken van het plein. Er is ook een klant, een mevrouw die net een zwarte broek aan het kopen is. Hoe het is op het Bos en Lommerplein, zo is het ook in haar woonplaats Hoorn. Winkelen doet ze daar allang niet meer. “Het komt door de mensen. Iedereen bestelt via internet.”

Inderdaad. Waarom zou je naar een winderig, nat en leeg plein gaan als je online ook alles kunt kopen wat je wilt? Zeker met opgroeiende kinderen die toch niet mee willen om te passen, zijn Hennes & Mauritz, Zalando en het onlangs vertrokken C&A met een muisklik binnen je bereik. Dan kun je als klant wel klagen dat het winkelaanbod verschraalt, maar dat is dan toch echt je eigen schuld.

Iedere keer als er weer winkels verdwijnen van het Bos en Lommerplein, laait de discussie weer op over hoe het plein gered moet worden. ‘Er moet een Hema komen’, suggereren sommigen op Facebook. Anderen  vinden het idee van een bazar met Midden-Oosterse producten heel goed: i-deaal voor zowel de allochtone klant als de yup op zoek naar een stukje authenticiteit en ingrediënten om mee te koken uit Ottolenghi. Iemand anders zou het een heel idee vinden als het BoLo-plein een medisch centrum wordt: met vroedvrouwen, een huisartsenpost en fysiotherapie.

Leuk allemaal, maar ga het maar eens proberen te regelen.

Winkelketens als de Hema hebben het al moeilijk en zitten echt niet te wachten op een kansloos filiaal op een kansloze plek. De vastgoedinvesteerder hebben we ook niet kunnen betrappen op actiebereidheid. Zolang de vierkante meters nog voldoende geld opleveren, zal het hem aan zijn reet roesten wat er gebeurt. Zorgen daarover heeft hij nog niet. De woningmarkt trekt aan, dus er komen vanzelf meer kapitaalkrachtige klanten. En dan komen de winkels vanzelf wel weer. Really?

Nou ja, vanzelf… Ze gaan het plein wel herinrichten: met een zitje en een speeltoestel. En als je de markt anders neerzet, dan lijkt het een stuk minder leeg op het plein. Dat zijn lapmiddelen, los van dat zichtbaar nog geen aanstalten zijn gemaakt voor een ander aanbod.

Het Bos en Lommerplein is dan nog steeds een plek waar je niet dood gevonden wilt worden.

Wie zorgt dat er echt iets verandert? Wie is de creatieve geest die, buiten de lijntjes, eens een echt goed idee bedenkt voor het plein? En het vervolgens ook gaat DOEN? Zodat ik ga omfietsen om er een haring te gaan eten.

Doneer