Stalen Ros – Column Carolien de Heer, dagelijks bestuurder stadsdeel West

Foto stadsdeel West
Hoogstins

Wat maakt een stad mooi en leefbaar? Vraag een willekeurige Amsterdammer wat hij graag anders zou zien in zijn stad en het antwoord komt meestal neer op het kwalitatief verbeteren van de openbare ruimte. Dat wil zeggen: minder blik op straat (auto’s, fietsen en scooters) en meer hoogwaardig groen (bomen en plantvakken). Het stedelijk beleid is om het autogebruik terug te dringen, en dus stimuleren we vervoer met de fiets en onderzoeken we de mogelijkheden van het uitbreiden van deelvervoer. Maar een volledig autoluwe stad is voorlopig een utopie. De tekentafel-schetsen die we maken voor nieuwe woonwijken zonder auto’s en geparkeerde fietsen zijn dat in hoge mate ook. Want recente ervaring leert dat je wel kunt bedenken dat auto’s en fietsen uit het straatbeeld verdwijnen in garages en stallingen onder de grond, maar de praktijk is weerbarstiger. Dat bleek afgelopen week tijdens een van mijn rondes door de verschillende wijken in West, waar ik mijn licht opsteek over de toenemende druk op en de verrommeling van de openbare ruimte en dan met name door geparkeerde fietsen. Ik was te gast op Narva-eiland in de Houthavens, een prachtige buurt, met grachten, schitterende huizen, smalle, autovrije straten en …. een gigantische fietsparkeerprobleem. Wat blijkt: de auto’s zijn verdwenen naar garages onder de huizen, maar de inpandige bergingen voor de fiets liggen soms wel twee verdiepingen onder de grond, waardoor de fiets door een sleuf langs twee smalle steile trappen omhoog moet. Ondoenlijk voor kinderen en onmogelijk met de moderne (gezins)fietsen die vaak zijn uitgerust met kratten en bakken. Het resultaat is dat er honderden fietsen in de straat staan en dat de droom van een mooie en ‘schone’ openbare ruimte vooralsnog geen werkelijkheid is geworden. Het probleem laat zich ook niet eenvoudig oplossen, want de openbare ruimte is ook daar schaars. Bewoners noemen het een gemiste kans dat er niet meteen een grote en makkelijk bereikbare fietsgarage is aangelegd. Maar in de meeste andere wijken hebben Amsterdammers helemaal geen schuren of bergingen en zijn zij gedwongen om hun fietsen op straat te parkeren. Het aantal inwoners van Amsterdam groeit nog steeds, maar de openbare ruimte groeit niet mee. Dat is een probleem waar we met elkaar goed over moeten nadenken. Niet alleen omdat het zoals gezegd een rommelig beeld geeft, maar ook omdat het gevaarlijke situaties oplevert voor bijvoorbeeld mensen met een beperking of voor hulpdiensten. Amsterdammers zien het als een recht om een of twee fietsen per persoon te hebben en die op straat te parkeren. Dat is zo gegroeid. Maar de openbare ruimte is geen gratis fietsenstalling. Dat besef moeten we met elkaar krijgen. De openbare ruimte is niet iets dat we ons zomaar mogen toe-eigenen. En dus is de gemeente genoodzaakt om stevig te handhaven op fietswrakken, om zo meer ruimte te creëren. Wat mij altijd opvalt: als we ergens meer fietsparkeerplekken maken en meer rekken neerzetten, zijn ook die in no time weer overvol. Zijn we dan een probleem aan het oplossen, of zijn we dat probleem dan juist in stand aan het houden? Dat zijn vragen die mij bezighouden en daarom ben ik de komende tijd veel op straat te vinden om samen met de gebiedsmakelaars te kijken hoe het zit met het fietsparkeren, de rekken en de wrakken. Natuurlijk hoor ik graag van bewoners hoe zij aankijken tegen fietsparkeren, of zij overlast ervaren en uiteraard ook of zij goede en creatieve ideeën hebben om eventuele knelpunten op te lossen. Stuur me vooral foto’s en suggesties via twitter (@caroliendeheer) en Instagram (@carolien.de.heer), want we moeten de schaarse ruimte samen delen en er samen goed voor zorgen. Alleen dan houden we ons stadsdeel leefbaar.

Doneer