Waarom de Indië-herdenking ook leeft in (Nieuw-)West

IJs Shanghai op z'n Hollands. Als troost op 15 augustus. Foto: Patricia Jacob.
Floatinggardens

Op 15 augustus wordt het eind van de oorlog in Nederlands-Indië herdacht. Dat gebeurt niet alleen in Den Haag, ‘de meest Indische stad van Nederland’, maar eveneens in Amsterdam. Ook bij ons in (Nieuw-)West zijn er mensen die bij dit moment stilstaan.

Mijn moeder had eigenlijk altijd wel trek in ijs. Tante Leentje, mijn moeders vriendin in het Indische verzorgingshuis in Nieuw-West, was net zo. Haar dochter maakte geregeld voor onze moeders en hun andere Indische huisgenoten een schaaltje met bananenijs, vruchten, kokosmelk en rozenstroop. De lekkernij leek op de coupe die ze nog kenden uit Nederlands-Indië: IJs Shanghai. Alleen was het schaafijs vervangen door roomijs en de tropische vruchten uit de tuin door fruit uit blik. Toch waren deze Indo’s dol op de Hollandse versie. Bij speciale gelegenheden stond het dan ook op tafel. Als mijn moeder nog had geleefd, zou ze de coupe op maandag 15 augustus zeker hebben gekregen – als troost.

Einde Japanse bezetting
Op die dag wordt de capitulatie van Japan herdacht, waarmee er een eind kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Er wordt dan stilgestaan bij alle slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. De oorlog trof alle bevolkingsgroepen van de koloniale samenleving, waaronder Indonesiërs, Molukkers, de Chinees-Indonesische gemeenschap en Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, zoals mijn ouders.

Kantelpunt
Op 15 augustus hadden mijn moeder en haar huisgenoten een dubbel gevoel. Ze  vierden dat de Japanners op die dag capituleerden, maar wisten dat
die dag het vertrek uit hun moederland inluidde; 15 augustus was voor hen een kantelpunt. Bovendien eindigde op die dag wel de oorlog, maar bracht het geen vrede.

Geweld

Twee dagen na de capitulatie van Japan, op 17 augustus 1945, riepen de Indonesische nationalisten Soekarno en Hatta namelijk de Indonesische onafhankelijkheid uit. In het machtsvacuüm direct na de oorlog was er veel geweld tegen iedereen die ervan verdacht werd pro-Nederlands te zijn. Deze periode staat bekend als de Bersiap, ofwel wees paraat’. Het was de strijdkreet van jonge Indonesiërs die streden voor een onafhankelijk Indonesië. Nederland deed er alles aan om de kolonie te behouden en zette op grote schaal militairen in. De oorlog tussen Nederland en Indonesië leidde tot slachtoffers aan beide kanten.

Soevereiniteitsoverdacht
Uiteindelijk moest Nederland het onderspit delven. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan Indonesië en kwam er een eind aan het koloniale bewind. Bevolkingsgroepen die zich niet meer welkom voelden in het nieuwe land, zochten hun heil elders. Tussen 1945 (Indonesische onafhankelijkheidsverklaring) en 1968 wisselden 350.0000 mensen Indonesië in voor Nederland, waaronder Chinese Indonesiërs en Indo’s.

Verlangen naar Indië
Tot haar overlijden in 2020 verlangde mijn moeder naar haar moederland. “Als ik niet in slaap kan komen, denk ik aan de mooie bloemen, de lieve mensen, het eten, de geur.” Ze kon geen kwaad woord horen over het land en zijn bewoners. Over de Japanse bezetting of de Bersiap wilde ze amper iets kwijt. Ik wist dat haar vader was vermoord door de Japanners, maar hoe het precies was gebeurd hoorde ik van haar broer. De Japanners hadden hun oudste broer naar het kamp laten komen. Kort daarna zag hij hoe hun vader werd onthoofd.

Birma-spoorlijn
Mijn eigen vader overleed toen ik twaalf was. Hij had als krijgsgevangene gewerkt aan de beruchte Birma-spoorlijn. Omdat hij bij het Koninklijk Nederlands- Indisch leger (KNIL) zat, moest hij vervolgens strijden tegen Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Ik heb hem nooit naar zijn ervaringen gevraagd, maar ’s nachts kreeg ik daar wel een idee van. Het moet verschrikkelijk zijn geweest: tijdens een van zijn vele nachtmerries schreeuwde hij standaard de boel bij elkaar.

Niet welkom
Pas toen ik ouder werd, realiseerde ik me hoe zwaar mijn ouders het moeten hebben gehad. Ze waren hun geliefde moederland kwijt en moesten vanuit het niets – behalve met flink wat trauma’s op zak – een nieuw leven beginnen. En dat in een omgeving waar mensen niet op hen zaten te wachten. Als Nederlandse met Indonesisch bloed én een kleur heeft mijn moeder zich hier altijd een tweederangsburger gevoeld. Zeker in het begin voelde ze zich bekeken. Sommige opmerkingen raakten haar tot op het bot, zoals die van een Leidse arts: “Wat fijn dat u nu niet meer in een rieten hut hoeft te wonen. Het zal wel wennen zijn.” Woedend was ze daarover: “Ze denken zeker dat we inboorlingen zijn.”

Indische ziel van Nieuw-West
Inmiddels zijn er in Nederland meer dan 2 miljoen Nederlanders, die net als ik, een familiegeschiedenis in Nederlands-Indië hebben. Veel van die mensen zitten in Den Haag, maar in Amsterdam wemelt het er ook van. Zo staat Nieuw-West bekend om zijn een Indische ziel. Rond de jaren 50 gingen veel Indo’s in Geuzenveld en Slotermeer wonen. Toko’s als Makassar en Bandung herinneren nog aan die tijd.

Westerlingen met roots in Indë
In West wemelt het ook van de mensen met roots in de voormalige kolonie, zoals de eigenaren van Branie in de Ten Katestraat, mede-eigenaar Jim van de Ven van Mas Mais in BoLo en de oprichters van Benji’s aan de Baarsjesweg. Ook het Molukse culinaire wonder Nessie uit de Baarsjes heeft een link met Indië. Hier vind je iets over haar Molukse achtergrond. Reken maar dat Nessie, net als ik, 15 augustus in haar agenda heeft gezet!

Amsterdamse herdenkingen
De Nationale Herdenking op die dag vindt plaats bij het Indisch Monument in Den Haag. Vanaf 19.00 is de Indië-herdenking live te zien op NPO1. In Amsterdam wordt sinds 2020 een Indië-herdenking gehouden. Deze herdenking begint om 11.00 ’s ochtends bij het Nationaal Monument op de Dam (inloop 10.00 uur). De volgende dag vindt er voor de tweede keer een ‘inclusieve, dekoloniale Indië-herdenking’ plaats op het Olympiaplein. “Bij deze brede herdenking komen verschillende groepen niet tegenover elkaar te staan, maar staan verbinding en heling centraal”, schrijft de organisatie. Er is hier in ieder geval meer aandacht voor het Indonesische leed.

Doneer