Amsterdamse bravoure bij Distel

Foto Patricia Jacob
Doneer

Waar ooit het Volkskoffiehuis zat, zit nu Distel. Patricia kreeg er zin om Aan de Amsterdamse grachten te zingen.

Nooit eerder deed iemand zo zijn best om ons de ultieme bitterballen te serveren als de barman van Distel. Tot twee keer toe kwam hij vertellen dat de frituur goed op temperatuur was. Om te voorkomen dat er ook maar iets mis zou gaan, liep hij geregeld de keuken in voor een check. Toen de ballen eenmaal goudbruin waren, zette hij ze glunderend op tafel en hield hij ons vanaf de toog in het vizier. “En, hoe zijn ze?” We gingen er even voor zitten – altijd leuk als iemand echt geïnteresseerd is in je mening, dat gebeurt niet vaak. “Uitstekend”, konden we hem vertellen. “Precies goed. Dat smaakt naar meer.” De barman haalt zichtbaar opgelucht adem. “We zijn pas net open. Het voelt nog een beetje onwennig. Maar het komt vast goed.”

Deftige salon
Dát lijkt mij inderdaad wel snor te zitten. Distel zit in het voormalige Volkskoffiehuis in de Spaarndammerstraat. De nieuwe eigenaar, Rein Langereis, heeft de zaak behoorlijk opgefrist, zonder dat hij er een standaardtent van heeft gemaakt. Bij Distel géén industriële details, stortvloed aan planten, vintagespullen en Scandinavisch design. In plaats van de tegelvloer die er lag, ligt er nu een robuuste houten vloer. De tegels aan de muur zijn wél gebleven. Door de beige geverfde schuifdeuren kom je in een vrij deftige salon; om de statige setting niet te verpesten is er een houten huisje om de gokkast gebouwd.

Exoten
In plat Amsterdams geven gasten op- en aanmerkingen op het interieur. Iemand heeft ook nog wat suggesties voor het menu, dat op een krijtbord staat. Klassieke borrelhappen te over – ossenworst, leverworst, pinda’s. Maar er zijn ook exoten als taco’s en een pita met falafel. Voor de lunch zijn er uitsmijters en broodjes bal. De happen op het bord zijn een soort minimaaltijden: vispotje, runderstoof, andijviestamppot. Heerlijk zo’n no-nonsense kaart, zonder 1001 termen die vragen om ondertiteling.

Bravoure
Maar het allerfijnste is toch wel de sfeer. Er wordt hard gelachen en net zo hard gepraat. Jong en oud bij elkaar. Geen laptop of Ipad te zien; als je vraagt naar de WiFi code moet de barman even zoeken. Verschillende gesprekken worden al snel één groot kringgesprek. Iedereen lijkt over elk onderwerp wel een mening te hebben. Vol bravoure wordt die gedeeld. De drie toeristen die binnenkomen, horen er al snel helemaal bij en krijgen tips over de snelste route naar De Parade. Als ze de deur uit lopen, zegt een vrouw bijna zingend: “Enjoy your time in our beautiful city.” Ik word er een beetje week van en heb bijna zin om Aan de Amsterdamse grachten van stal te halen. Wat een waarheid als een koe! Inderdaad, onze stad is hartstikke mooi. Laten we dat nooit vergeten. Amsterdam heeft hét en zal het altijd hebben.