Hallo Bolo!

De Rijpgracht in Bos en Lommer
Hetwarewesten

Ik loop de hoek om en weet het meteen: ik ben in Bos en Lommer. Onmiddellijk bekruipt me wat geen taal zo treffend beschrijft als het Engels. Een sinking feeling. De Karel Doormanstraat, want daar bevind ik me, is op en top BoLo. Niet het nieuwe BoLo van rond het Bos en Lommerplein, maar het oude, waaraan de wijk zijn imago dankt en dat nog altijd springlevend is in de straten aan de andere kant van de Admiraal de Ruijterweg.

Links van me zie ik stroken laagbouwflats met schotels. Rechts saaie portiekwoningen. Op de hoek een friettent. Een paar boompjes, maar vooral bakstenen. Het plein aan de Tjerk Hiddes de Vriesstraat, waar ik een afspraak bij de fysio heb, ligt er verlaten bij. Je ziet de goede bedoelingen van de bedenkers (perkjes, sporthoek), maar het leeft niet. Ondanks een vriendelijk zonnetje is hier geen kip op straat. Welkom in Landlust.

Zou ik hier kunnen wonen? Ja hoor. Het is geen gribusbuurt. Schone straten, goed onderhouden huizen. Ik voel me veilig. Zou ik hier willen wonen? Nou nee. Het is doods en monotoon. Ik wil voetgangers en fietsers zien, een leuk eetcafétje op de hoek, een verrassend winkeltje dat de huizenrij doorbreekt, hier en daar een benedenwoning met een leuk aangekleed raam waar je naar binnen kunt loeren. Gek toch. Ik, die zo vaak klaag over verhipping, loop hier door een mega authentiek stukje West en wat doe ik? BoLo bashen.

Op de behandeltafel snap ik het opeens. Waar ik van houd, is hip noch authentiek, maar iets wat daartussen zit. Upcoming, noemde de makelaar die me rondleidde in De Baarsjes en de Staatsliedenbuurt dat dertien jaar geleden: oude volksbuurt met verpauperd randje, met hier en daar een snufje nu in de vorm van koopappartementen, Pijptentjes en Jordaanwinkeltjes. Het was toen een groot woord voor de plek waar ik mijn huis kocht, maar mijn makelaar kreeg wel gelijk.

West barst nu van de opkomende buurten, ook in BoLo. Heerlijk. Maar het woord zegt het al: hoe lang houdt zoiets stand? Hoe lang tot de hipsters en yuppen het overnemen, zoals in Oud-West? Weer buiten kijk ik opeens met andere ogen naar Landlust. Deze bewoners, die ik niet zie shoppen of terrassen, zitten hier zo slecht nog niet. Ze hebben de beste tijd nog voor de boeg.