Scène op het speelplein

Kinderfietsje (foto: Martine de Vente)
Hetwarewesten

Levi heeft net zonder zijwieltjes leren fietsen. En dus is dat het enige wat hij wil doen. Dat het stormt buiten maakt hem niets uit. Met zijn actieradius heeft hij toch geen last van de wind. ‘Het kan elk moment weer gaan regenen, hoor’, probeer ik nog. Mijn oppaskind kijkt me aan alsof ik iets héél raars zeg. Ik besef dat we een nieuw tijdperk ingaan, hij en ik. Lekker met de brandweerauto op het kleed, dat is nu saai. Hij is klaar voor de grote wereld.

Gelukkig voor mij ligt die voorlopig nog om de hoek. Op het Balboaplein is Levi helemaal happy, zeker nadat ik hem verteld heb dat hier beroemde Ajax-spelers hun eerste balletjes trapten. Terwijl hij wiebelig zijn rondjes rijdt, zit ik op een bankje mijn best te doen niet weg te waaien. Het is voor dit weer nog aardig druk op het plein. Levi vindt al snel een vriendinnetje die zo te zien in dezelfde fase van haar fietsloopbaan zit.

‘Mevrouw? Is dat uw zoontje?’ Er komt een ongeveer veertienjarig meisje met hoofdoek op me af. Ze wijst naar Levi. ‘Wilt u hem bij mijn zusje weghalen?’ Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Waarom? Volgens mij hebben ze het heel leuk samen.’ ‘Ze mag niet met jongens spelen, begrijpt u’, zegt de tiener. Even ben ik sprakeloos. Daar zit je dan in de multiculturele buurt waar je zo trots op bent. Ik begrijp het, zeker, maar ik wil het niet begrijpen. We hebben het hier over kleuters nota bene. De blik van het meisje vertelt me dat discussie zinloos is. ‘Oké’, zeg ik. ‘Dat mag jij dan tegen je zusje zeggen. Ik ga geen spelende kinderen uit elkaar halen.’

Even later meldt zich een beteuterde Levi bij mijn bankje. ‘Die mevrouw zegt dat ik niet meer met haar mag fietsen, anders haalt ze haar grote broer’, pruilt hij. Ik kijk in zijn vragende ogen, weet niet hoe ik hem dit moet uitleggen. ‘Zullen we met de brandweerauto gaan spelen?’ stel ik voor. Dat vindt hij een goed plan.