Vreemde snoeshaan

Mijn buren en ik worden tegenwoordig wakker als God in Frankrijk. Tenminste, zo stel ik me dat voor op een boerderijtje tussen de wijngaarden. Op het erf hebben de kippen verse eitjes gelegd. Een straaltje ochtendzon dat door de gordijnen dringt kriebelt op je neus. En dan klinkt het signaal dat de dag moet beginnen. Niet zo’n ongezellige mechanische wekker, maar een natuurlijk signaal. Een eeuwenoud, puur en eerlijk, luid en duidelijk: kukeleku.

Mijn benedenbuurvrouw hoorde het voor het eerst, maar dan wel hier in West. Ze stuurde me een whatsappje: ‘Goedemorgen buuf, heb jij tegenwoordig een haan op je balkon? Wat een kabaal om zes uur ’s ochtends.’ Er stonden drie smileys achter ‘haan’. ‘Heb een Arabisch sprekende logé, die staat wel eens op gekke tijden te bellen buiten,’ typte ik schuldbewust terug. Op dat moment kwam de Arabisch sprekende logé uit bed. ‘I saw a big chicken this morning’, zei hij opgewonden. ‘Really very big. This is not for a city, it’s for a village.

Ik heb hem inmiddels ook gezien. Een pikzwarte haan is het, moddervet en inderdaad flink uit de kluiten gewassen. Zeg maar gerust: een struisvogel. Katten vluchten een schuurtje op als ze hem zien. Hij stapt brutaal door de tuinen en zet het vanaf het ochtendgloren elk uur op een loeien. Ik heb het ook gehoord nu, net als al mijn buren van tien panden breed tot en met drie hoog. Bij wie hij hoort? Daarover zijn de foeterende buren nog in conclaaf. Drie deuren verder, hoor ik ze in de tuin tegen elkaar zeggen dat hij ‘van drie deuren verder’ komt. Schiet lekker op dus.

Mijn buuf weet inmiddels meer. ‘Ze zijn van hiernaast en het is maar tijdelijk. Ze worden binnenkort opgehaald.’ Eh. Ze, meervoud? Ik open mijn mond al om verder te vragen, maar dan zie ik ze. Twee goudglanzende bruine kippendames, net als de haan bijzonder goed doorvoed. Ze waggelen langs de benen van buuf, die in het zonnetje zit. Dan zetten ze koers richting de buurtuin, want de haan is in aantocht. Even later kokkelen en kwekken ze gedrieën tegen elkaar op.

Als de rust wederkeert, hoor ik de stem van buuf. Een van de kippen heeft iets laten vallen. ‘Ik heb een ei!’

Doneer